Easy to love... 

 

It all started in 2012. I visited an intriguing exhibition by Karin van Pinxteren at Museum De Pont, Tilburg. I was impressed by the imagination and outstanding quality of the works. Karin creates installations, performances, video and writes short poetry. The exhibition Easy to love... showed van Pinxterens' latest work in her two- and three-dimensional language. Her statements and works create a sense of belonging, they open up the imagination and communication.  Maria Schnyder wrote a beautiful opening speech, you can read it below (Dutch only) and you can find her artworks here... 

 


Het Fragment

 

 

Beste Karin,

 

We hebben elkaar in 2012 in De Pont museum ontmoet toen je daar je tentoonstelling Part of Someone’s Diorama aan het inrichten was. Ik was op dat moment bezig met het schrijven van een scriptie om mijn studie in Groningen af te ronden, maar woonde toen al in de buurt van Tilburg. Hendrik Driessen, directeur van De Pont, had volgens mij een beetje medelijden met mij, hij vond het wat sneu dat ik daar de hele dag alleen in een huisje zat, net geïmmigreerd uit Zwitserland. Hij bood mij aan gebruik te maken van een kleine kantoorruimte die op dat moment onbezet was, met de bibliotheek van het museum binnen handbereik, en zo zou ik tenminste ook wat onder de mensen komen.

 

Ik kan me nog goed herinneren toen wij elkaar voor het eerst daar, bij de kantooringang, hebben ontmoet. En, als ik me niet vergis, introduceerde Hendrik me ook meteen al als je grootste fan. Want ik was inderdaad als een blok gevallen voor je werk, toen ik tussendoor even mocht gaan kijken naar je tentoonstelling in opbouw. Ik herinner mij de ontroering die ik voelde bij het bekijken en lezen van de CONVERSATION werken, paren van tekstballonnen die tegen elkaar aan het praten, of beter: aan het fluisteren waren. De werken waren een liefdesverklaring aan de taal in al haar onbetrouwbaarheid. Ze verbeeldden op een aangrijpende manier het menselijke verlangen om elkaar te begrijpen, en tegelijkertijd de onmogelijkheid hiervan, en hoe we het toch, keer op keer, bij elke ontmoeting, bij elke uitwisseling, opnieuw proberen. De werken gingen voor mij over deze pijn, over deze Sehnsucht maar waren ook troostend. Juist door de moeilijkheid, de onmogelijkheid elkaar te begrijpen, verbeeld te zien, besefte ik, als kijker, dat onze belevingswerelden elkaar toch degelijk raken, dat het gevoel van op-zichzelf-zijn in deze wereld uiteindelijk dat is wat we allemaal met elkaar delen.

 

Bij het bekijken van je tentoonstelling in De Pont moest ik aan het werk JE (1990) van Jan Vercruysse denken, één van de kunstenaars waar ik op dat moment mijn scriptie over schreef. Een offset druk, zwart op een witte drager, rechtsboven twee regels tekst, onderaan in het midden een roosje, ingelijst in een zwarte lijst.

 

De eerste regel was een citaat van Arthur Rimbaud:

Je est un autre (Ik is een ander)

Vercruysse voegde hier aan toe:

et vous aussi (en u ook)

 

Jouw werk ontroerde mij, ik werd er stil van. Maar begreep ik het, kon ik het uitleggen? Dat was tenslotte wat je hoorde te doen als bijna afgestudeerde kunsthistorica. Niet in zo veel woorden. Iets later kwam ik een tekst van de Franse filosoof Gaston Bachelard tegen. Als zich een poëtische voorstelling opdoet, moet je jezelf eerst en vooral ervoor open stellen, schreef hij. Poëzie heeft geen behoefd[k1] e aan geleerdheid, het is niet een fenomenologie van de geest, maar van de ziel. De stilte die valt na het ervaren van een kunstwerk heeft te maken met de ervaring van het ongrijpbare. Want kunst, goede kunst, geeft je het gevoel dat je even wordt bevrijd van de beperking van je eigen geest.

 

Naar aanleiding van je uitnodiging om hier het openingswoord te houden zaten we een hele avond te praten bij jou thuis over jouw werk en alles wat er ook maar een beetje mee te maken had. De dag erna moest ik opeens aan Fragmenten uit de taal van een verliefde van Roland Barthes denken, en hoe misschien ook jouw werken fragmenten zijn. Je werken bevatten uiteraard vaak fragmenten tekst, maar ik vroeg me af of niet ook de werken aan zich fragmenten zijn, fragmenten in de manier hoe ze tot stand komen, hoe ze in de wereld staan, hoe ze zich tot de kijker verhouden.

 

Fragment komt van het Latijnse woord frangere, wat zoveel als “breken” betekent. Het fragment, in de zin van Nietzsche, is allesbehalve onderdeel van. Het heeft juist gebroken met een groter geheel en hoeft zich niet meer te voegen binnen een overkoepelend verhaal.

 

“Je bent je eigen tovenaar,” heb je ooit geschreven. Want, vertelde je mij, en je keek zelf een beetje verrast toen je het hardop zei, je bent nog nooit aan een artist-in-residence programma begonnen met een idee van wat je nou eigenlijk zou gaan doen. “Dralen” noem jij je werkwoord. Een werk niet als voorspelbaar volgende stap binnen een groter narratief, niet als afgeleide van een a priori geformuleerd standpunt, maar iets dat ontstaat door de samenkomst van denken én maken, van taal én beeld op een gegeven moment, in een gegeven context. Gedicht in casino, heet een van de werken in deze tentoonstelling. Toeval mag er zijn, moet er zijn, en spel, en lol - dit is dan ook, meer dan ooit, in de beeldtaal van je meest recente werken terug te zien.

 

Het fragment is fragment omdat het niet voltooid is, maar altijd gevolgd wordt door een stukje blanco. Je legt ons, als kijker, geen gezette betekenis voor die we horen te ontrafelen. Zoals het fragment, koesteren je werken een stukje leegte – ofwel, ruimte voor de kijker, zijn ervaring, zijn gedachten, zijn beelden. “Op een lege vloer kun je dansen,” schreef je me in een sms. Dit was al zo in je CONVERSATION-reeks, waar twee tekstballonnen tegenover elkaar stonden, en is nu des te explicieter in Asymmetry is a gift, waar maar één vorm fluistert, werken die jij filosofische handspiegels noemt.

 

Er ligt geen hapklare betekenis voor ons klaar, een ontmoeting met je werk is dan ook nooit vrijblijvend. In het verleden heb je de bezoekers van je tentoonstellingen soms aan hun medeplicht herinnerd door ze bij de ingang een stempel op de hand te drukken. Je werk veronderstelt een geven en nemen, dat maakt het eisend maar tegelijkertijd ontzettend genereus: wij, als kijker, met onze eigen verbeelding, onze eigen reflectie, doen ertoe.

 

Een fragment bereikt nooit voltooiing. De ruimte die het biedt mogen we telkens, bij elke ontmoeting, opnieuw invullen. En dat is misschien de mooiste eigenschap die een kunstwerk kan hebben: dat het nooit af is, dat het nooit in zijn geheel begrepen, gevangen, vastgelegd kan worden. Het werk, als fragment, laat – om het in je eigen woorden te zeggen - het “ongrijpbare en onbegrijpbare verlangen, dat eenmaal dichtbij verpulvert voor je ogen” bestaan. En daar ben ik je ontzettend dankbaar voor.

 

Maria Schnyder,

conservator Museum de Pont